Classic Car Magazine

Autoworld Brussels
more than a museum

Saroléa Motorcycles, a Belgian Story

Tegelijk met de “Alfa Romeo Storico” tentoonstelling die tot eind van de maand augustus loopt, zet Autoworld in de tweede helft van de zomer één van de drie belangrijkste Belgische motormerken in de kijker: Saroléa.
 
Vorig jaar kende de tentoonstelling over motorenfabrikant Gillet een groot en ook wel verassend succes. België heeft in zijn geschiedenis wel meer mooie motorenmerken gehad, waaronder ook Saroléa.

Aan de hand van een 75-tal motorfietsen wordt de hele geschiedenis van het merk uit de doeken gedaan.
Als kers op de taart vindt op 11 september een internationale bijeenkomst plaats van Saroléa motoren voor het museum op de Esplanade van het Jubelpark, gekoppeld aan een demo van nieuwe elektrische proefmotoren. Last but not least zal als onderdeel van deze tentoonstelling ook een nieuw boek over het merk verschijnen. 
De motoren zullen te bezichtigen zijn op het gelijkvloers van het museum.

Saroléa was gevestigd in Herstal (Luik) en kreeg al snel wereldwijd een solide reputatie omwille van zijn constructie-eigenschappen, de superieure techniek en een uitgesproken commerciële eerlijkheid.
 
Het bedrijf startte als een kleine wapensmederij die overstapte op de bouw van Saroléa fietsen. In 1901 verschijnen de eerste motorfietsen, letterlijk, want het waren fietsen uitgerust met een kleine ééncilinder viertaktmotor die vooraan op het kader was gemonteerd. De verkoop van motorfietsen start pas echt in 1902 wanneer Sarolea op de markt komt met zijn 240cc 1¾ HP model. Deze heeft ook een kenmerkend kader dat de vorm van het motorcarter volgt.
De vooruitgang die op technisch gebied wordt geboekt is duizelingwekkend, en de firma uit Herstal geniet een uitstekende reputatie voor de kwaliteit van zijn producten.
De balans van de jaren 20 is zeer positief. Saroléa heeft wereldwijd een goede reputatie met steeds meer verdelers in Europa en daarbuiten. De winstcijfers zijn goed, in 1928 worden 1200 exemplaren van de 500 cc “zijklepper” en 1050 stuks van de 500 cc “kopklepper” verkocht.
Werkelijk alle productiefazen gebeuren onder hetzelfde dak, en dat is een grote troef voor Saroléa.

Het is onder die gunstige omstandigheden dat de modellen voor 1930 worden gelanceerd, maar dan breekt een economische crisis los die een einde stelt aan vele ambities.
De daaropvolgende jaren zijn moeilijk, Saroléa legt de nadruk op goedkopere modellen en staart voor het eerst met de productie van tweetaktmotoren (150 en 175 cc), in de hoop op die manier de klantenbasis te kunnen verbreden.
Als gevolg van de talrijke sportieve successen, besluit de directie om machines te bouwen die exclusief zijn bestemd voor snelheidswedstrijden en internationale competities.
Pas op het eind van de jaren ’30 stopt Saroléa met de raceontwikkelingen, om zich te gaan toeleggen op de dringende behoeften van het Belgische leger.
Vanaf januari 1946 wordt de productie in Herstal hervat.
Eerst zijn dat de modellen van voor de oorlog, maar die worden snel verbeterd met de montage van een telescopische voorvork en vanaf 1948 een achtervering.
De pogingen om de motorcrosswedstrijden van voor de oorlog te hervatten worden nu geofficialiseerd. In 1949 is de fabriek er als de kippen bij om een ‘cross’ model voor te stellen, gebruikmakend van de competitemotor uit 1935, verticaal gemonteerd in een verkort kader, telescopische vork, carter en cilinder in magnesium, cilinderkop in aluminium.
De productiecijfers stagneren, de nieuwe modellen (125 cc tweetakt ‘Oiseau Bleu’ en 500cc tweecilinder viertakt ‘Atlantic’) maken de verwachtingen niet waar. De bestellingen van het leger van 350cc en 400cc zijkleppers kunnen het tij niet keren.
Motorfietsen zijn niet langer in de mode. In 1954 worden alle sportieve activiteiten van de fabriek gestopt. De verkoop van de klein 50cc’s, van de ‘Rumi’ 125cc scooter, de speciale vering op de 200cc tweetakt en de 600cc ‘Atlantic’ kunnen niet verhinderen dat de gebouwen in de rue Saint Lambert in 1962 worden verkocht, nadat Saroléa werd overgenomen door concurrent Gillet. .

Alfa Romeo Storico

Al vanaf de eerste dag van de zomervakantie krijgt het legendarische Milanese merk Alfa Romeo de ereplaats bij Autoworld Brussels.
Aan de hand van meer dan 50 legendarische modellen wordt de 112-jarige geschiedenis van het Cuore Sportivo uiteengezet.
Deze expositie wordt georganiseerd door Autoworld in nauwe samenwerking met de belangrijkste Alfa clubs, het Nationaal Automobielmuseum van Mulhouse, Alfa eigenaars, Corrado Lopresto; een privéverzameling van Italiaanse prototypes en Alfa Romeo Belgium (Stelantis).
Op zondag 3 juli organiseert de Alfa Romeo Quadrifoglio Belgio Club een uitzonderlijke Rally met vertrek voor het Koninklijk paleis en aankomst in het Jubelpark, voor de ingang van Autoworld.
Op de Esplanade zal een 'concours d'élégance' plaatsvinden met een 150-tal deelnemende auto's.

Op de Herman De Croo Plaza, op de eerste verdieping van het museum, worden de historische modellen geëxposeerd. Vooroorlogse, weg-, Race- en zeldzame wagens, zoals een Giulietta Sprint en een Spider, de 2600 Sprint & 2000 Spider, een Montreal, een Giulia Sprint GT Veloce, een Spider Coda Tronca, een GT 1600 Zagato, een Giulia GT 1300 Scalino, een GT 1300 Junior, een 2000 GTV, een Alfasud, een Alfasud TI en een Alfasud Sprint, een Giulietta Turbodelta, een Alfa 90, een Alfa 75 2.5 QV, een Alfa 6 en nog vele andere.
Het ‘National Automobile Museum’ in Mulhouse stelt een prachtige Alfa Romeo 8C Pininfarina uit 1936 ter beschikking, die in datzelfde jaar de Mille Miglia heeft gewonnen.
Daarnaast zal een deel van de tentoonstelling gewijd zijn aan vijf uitzonderlijke prototypes uit de fantastische collectie van Corrado Lopresto. De Lopresto-collectie is de belangrijkste verzameling Italiaanse prototypes ter wereld van 1901 tot op heden. Veel exemplaren zijn uniek, op maat gemaakt met bijzondere kenmerken (zeldzame exemplaren, bijzondere series, nummer 1 chassis, auto's van bekende eigenaren, …). De meeste van deze auto’s vielen in de prijzen in Villa d'Este en Pebble Beach. 
Ook zullen er tal van miniatuurwagens te bezichtigen zijn in de vele diorama’s die tussen de verschillende wagens gepresenteerd staan. 
Tot slot zal Alfa Romeo Belgium (Stelantis) op de benedenverdieping enkele wagens uit het huidige gamma presenteren.

Zondag 3 juli - Rally en Concours d’élégance - Club Quadrifoglio Belgio

Zondag 3 juli belooft een prachtige dag te worden met op de agenda een eerbetoon aan het Italiaanse merk Alfa.
De club Quadrifoglio Belgio zal in de ochtend maar liefst 75 Alfa Romeo’s van voor 1992 samenbrengen voor het Koninklijk paleis voor de aftrap van een leuke rit met aankomst op de Esplanade van het Jubelpark voor de ingang van Autoworld. Op de esplanade van Autoworld zal tevens ook een Concours d’Elégance plaatsvinden.
Naast de 75 wagens die aan de Rally deelnemen, kunnen Alfa Romeo eigenaars zich ook inschrijven om hun prachtige bolide voor het museum te exposeren
Niet minder dan 150 wagens worden op dit eerbetoon verwacht!
Inschrijving voor alle deelnemers is verplicht
Meer info en inschrijving: https://clubquadrifogliobelgio.be/tour-info-nl/

De Co2 uitstoot, gelinkt aan dit event wordt 100% gecompenseerd door de aanplanting van 75 nieuwe eiken bomen in België in samenwerking met GoForest.
Autoworld sluit zich volledig aan bij dit intitiatief en laat op zijn beurt 75 extra bomen planten.

112 JAAR GESCHIEDENIS IN EEN NOTENDOP...

HET BEGIN

Begin 20e eeuw laat de Franse autoconstructeur Darracq zijn oog vallen op de Italiaanse markt en richt een fabriek op in Portello, in de buurt van Milaan. Helaas zonder succes. In 1909 neemt een groep investeerders uit Lombardije de fabriek over. Zij dopen het bedrijf om tot 'Anonima Lombarda Fabbrica Automobili', of kortweg ALFA. Dankzij de oorlogsindustrie raakt de productie in een stroomversnelling. In 1915 neemt ingenieur Nicola Romeo de teugels in handen en na de oorlog versmelt hij Alfa met zijn eigen bedrijf. Vanaf dan worden er auto's, tractoren, treinen, vliegtuigmotoren en andere industriële producten gebouwd.
In 1923 ziet de zescilinder RL het daglicht, de eerste auto met de volledige naam Alfa Romeo. De raceversie van dit model, de RLSS (Super Sport), behaalt meteen een aantal grote zeges. Aan het stuur: Antonio Ascari en... een zekere Enzo Ferrari.
Romeo laat zijn auto's deelnemen aan alle grote sportcompetities. Hun successen bezorgen het bedrijf al snel een prestigieuze en sportieve reputatie. Daarom wordt een raceafdeling uit de grond gestampt, met aan het hoofd Vittorio Jano. Onder zijn leiding krijgt de Grand Prix P2 vorm. Deze wagen sleept talrijke overwinningen in de wacht en wordt in 1925 voor het eerst wereldkampioen.
Vanaf dan spitst het merk zich toe op kleinere maar sterk presterende modellen met een stijlvolle afwerking. Zescilinders (6C) met dubbele bovenliggende nokkenassen en al dan niet met Rootscompressor worden het handelsmerk, net als een uitzonderlijk remsysteem dat de concurrentie ver achter zich laat.
In 1931 doet de 8C zijn intrede, waarmee de basis wordt gelegd voor talloze andere sportieve successen. Het raceteam wordt nu geleid door Enzo Ferrari.
Voortaan maakt Alfa Romeo vooral efficiënte en sportieve auto's, waarbij de kostprijs minder van belang is. Alfa wordt een prestigieus merk met een sportieve uitstraling. Om de oorlog te boven te komen, beslist het bedrijf om één model, de 1900 met zelfdragende carrosserie, in serie te produceren. In 1950 en 1951 wint Alfa de eerste twee F1-wereldkampioenschappen met de Alfetta 158 en 159, met hun 1500 cc compressormotoren met drukvoeding.


JAREN 50 TOT NU

In de tweede helft van de jaren 1950 verschijnen nieuwe sportmodellen onder de naam Giulietta, aangedreven door nieuwe viercilindermotoren. Met de komst van de Giulia is een nieuwe fabriek nodig. En die wordt in Arese gebouwd. Het merk blijft focussen op het sportieve aspect, wat leidt tot de oprichting van dochteronderneming Autodelta. Die verenigt alle sportieve activiteiten, zowel voor Sport-Prototypes als voor Touring Cars.
In de sixties oogst Alfa op elk circuit internationale faam dankzij de TZ en GTA, maar ook de GTAM Touring Cars. Als gevolg van de industrialisatie in Zuid-Italië komt er in 1967 een nieuwe fabriek. Hier rolt een kleine moderne auto met voorwielaandrijving van de band, de Alfasud.
De jaren 1970 worden gekenmerkt door hoogtes en laagtes. Sportieve successen en commerciële tegenslagen wisselen elkaar af. Het is de tijd van de 1750 en zijn verschillende versies. Maar ook van zijn opvolger, de 2000. En dan is er ook nog de Montreal, een prestigieus maar minder succesvol project.
In 1986 wordt Alfa een dochteronderneming van de Fiat-groep. Hierdoor wordt veel van de technologie gedeeld en dat gaat ten koste van Alfa's prestigieuze imago. De typische achterwielaandrijving, met of zonder transmissie, wordt vervangen door een veel eenvoudiger voorwielaandrijving.
De lancering van de 156 in 1997 luidt een nieuwe start in voor het merk, dat intussen geldt als een premiummerk binnen de Fiat-groep. De 166 is de logische volgende stap, maar die kan het nieuwe elan helaas niet aanhouden.
Pas in 2015, met de lancering van de nieuwe Giulia, verovert Alfa opnieuw zijn positie als premiummerk binnen de Fiat-groep (het jaar daarvoor nog omgedoopt tot FCA of Fiat-Chrysler Automobiles).
Met de komst van de Stelvio en meer recent de Tonale bevestigt het merk opnieuw zijn exclusieve status. Dit is de eerste stap van het merk in de markt voor elektrische auto’s. Intussen maakt FCA deel uit van Stellantis, het consortium waarin FCA en PSA (Peugeot-Citroën) de krachten bundelen.

Wist je dat?

In 1931 werd het raceteam geleid door Enzo Ferrari nog voor de oprichting van zijn eigen merk.  Het steigerende paard, zijn persoonlijke embleem, sierde toen al de zijkanten van de motorkap. 
De "Quadrifoglio" of klavertje vier zou geluk brengen. Het verscheen voor het eerst op de wagen van Ugo Sivocci die op 14 april 1923 de Targa Florio won. Als eerbetoon aan deze eerste grote internationale overwinning droegen alle race-Alfa's vervolgens het groene klaverblad op een witte achtergrond.

Dynamischer dan ooit!

Laten we het maar van de daken schreeuwen: we zijn best wel trots op ons museum en zijn dynamiek!
De expositie Supercar Story was een groot succes met tot nu toe al meer dan 50.000 bezoekers, een nieuw record! Er werden kosten noch moeite gespaard om de wereldtop van moderne supercars bij elkaar te brengen. Deze expo gaat zijn laatste week in en sluit op 27 februari definitief zijn deuren.
Autoworld streeft ernaar om er permanent op vooruit te gaan en het hele team werkt dan ook hard achter de schermen om u ook dit jaar heel wat moois voor te schotelen:

Sinds begin van deze maand staat Autoworld in het teken van de Volkswagen Kever, met als hoogtepunt de Love Bugs parade op zondag 20 maart!
In april volgt de tentoonstelling "One, Two - One, Two, Three, Four ... Rock'n Roll cars", en deze zomer vieren we de "Alfa Romeo Storico"!
2022 zetten we ook in met een gloednieuwe zone die binnenkort open gaat: Kuifje!
Je ziet het, aan energie geen gebrek om jullie te trakteren op nieuwe belevenissen.
Kom snel naar Autoworld ! Er valt altijd wel iets te beleven…

Love Bugs Parade - Spring Edition

20/03/2022

Goed nieuws: de "Love Bugs Parade - Spring Edition" zal plaatsvinden op zondag 20 maart, de start van de lente!
Het concept blijft hetzelfde: alle VW Kevers komen samen op de Esplanade van het Jubelpark, de deelnemers krijgen toegang tot het museum & kunnen de expo bezoeken en het vertrek en de terugkeer zijn aan Autoworld gepland.
VW Kevers die reeds waren ingeschreven voor de maand februari krijgen voorrang op dit nieuwe evenement.
We hopen jullie talrijk te mogen ontvangen op deze feestelijke editie!

One, Two
One, Two, Three, Four ...
Rock & Roll Cars

In the Spotlight 1/04/2022 - 26/06/2022

De triviale rol van de auto in de muziekgeschiedenis, met als leidraad het boek “Garage Rock” van Pieter Rijckaert.

Er worden niet enkel iconische auto’s op de podia voorgesteld, maar ook doorheen het museum loopt een parcours langsheen modellen die een voetnoot zijn in de muziekgeschiedenis.

Nieuwe Zone
Kuifje

Een nieuwe zone zal het licht zien op 24 februari 2022:  “Kuifje en zijn auto’s”.
De zone is een optische illusie, en staat volledig in het teken van de auto’s die voorkomen in de stripreeks van onze nationale held. De avonturen van Kuifje zijn te zien aan de hand van verschillende vitrines, schaalmodellen en een scherm waarop the making off van een stripverhaal kan worden gevolgd. Daarnaast vind je er drie echte auto’s  - de Ford T, Bugatti 35 en de rode Jeep Willys – uit één van zijn avonturen.

In the Spotlight -
Beetle with a Love Story

5 februari tot 27 maart 2022 - Autoworld Brussels

Bij Autoworld staan februari en maart traditioneel in het teken van de Volkswagen Kever, hét symbool van de verliefde koppeltjes. Het hoogtepunt: onze Love Bugs Parade op de zondag van Valentijnsdag.
Aansluitend kun je je hart ophalen in onze tijdelijke expo over de Kever, waar dit autootje in al zijn vormen te bewonderen valt.

Wie zelf een Kever heeft (of heeft gehad), heeft gegarandeerd tal van onvergetelijke anekdotes te vertellen over zijn of haar avonturen met het schattige wagentje. De Kever is niet zomaar een auto, maar een echt lid van de familie, en soms wordt hij zelfs van generatie op generatie doorgegeven. Daar heeft de filmklassieker 'The Love Bug' ongetwijfeld iets mee te maken!

Dit jaar staat bij Autoworld de band tussen eigenaar en auto in de kijker. Daarom hebben we enkele eigenaren gevraagd of ze hun VW Kever aan het museum willen uitlenen en hun leukste verhalen willen vertellen. En om die verhalen ook met onze bezoekers te delen, spelen we een kort video-interview met de eigenaar af bij elk autootje dat in het romantische decor tentoongesteld staat. De gevoelens die Herbie al decennialang oproept, krijg je op deze expo dus in een heel bijzonder licht te zien!
 
Een greep uit de expo ...

De standaard Belgische VW Type 1 van Thomas is een van de allereerste VW's die in 1951 door D'Ieteren naar België werden geïmporteerd. De wagen werd eerst geleverd aan de garage van Jos Paisse te Wezet, waar hij bleef rusten tot ... 2019. Dat is 40 jaar! De marineblauwe kleur van dit model is uiterst zeldzaam. Als VW Kever-fan kocht Thomas de auto drie jaar geleden, maar hij heeft ook twee andere vintage modellen. De Type 1 rijdt weliswaar (nog) niet, maar hij staat wel prachtig naast die uit 1955.

De 'ovale' Kever van Tijs is '100% made by D'Ieteren': hij rolde in 1955 uit de D'Ieteren-fabriek van Vorst. Toen hij jong was, vond Tijs niets leuker dan de rust op te zoeken in de oude, ovale zwarte Kever van zijn grootvader, die hij nooit gekend heeft. Op die manier voelde het toch een beetje alsof zijn opa bij hem was. Helaas moest het autootje worden verkocht, maar in 2011 wist Tijs een bijna identiek model op de kop te tikken, met dezelfde kleur, dezelfde geur, hetzelfde gevoel én dezelfde nostalgische sfeer. Sindsdien maakt de ovale Kever onlosmakelijk deel uit van de familie en beleven de kinderen er heel wat plezier mee.

De 'Herbie' van Ivo, compleet met nummer 53, is een exacte replica van de wagen die Disney Studios gebruikte. Natuurlijk is 'Herbie' niet zo uit de VW-fabriek gekomen, hij is speciaal gemaakt voor de film. Ivo heeft alle films over de Love Bug gezien en het autootje tot in de kleinste details nagemaakt met zijn Kever uit 1964. Dat mag je gerust letterlijk nemen: Ivo heeft zelfs tal van motortjes en een afstandsbediening geïnstalleerd om de ogen, wimpers en glimlachende bumper van Herbie tot leven te wekken. Naast zijn 'Herbie' heeft hij nog talloze Kevers onder handen genomen. Momenteel is Ivo druk bezig met de restauratie van een schitterende VW Kever Hebmüller uit de jaren 1950.

Didier is niet zo'n doe-het-zelver: zijn Kever was volledig rijklaar en piekfijn in orde toen hij hem kocht. Een echt pareltje, zowel aan de binnen- als aan de buitenkant. De auto werd voor het eerst ingeschreven in 1964, maar werd over twee jaar gebouwd (1963/1964). Enkele onderdelen komen uit het vorige jaar, met name het kofferdeksel en de vrij zeldzame antracietgrijze lak L469.

De Mach 1 Okrasa van Frederic dateert uit 1965. Van deze speciale editie met Okrasa 1300 cc-motor zijn slechts een handvol exemplaren gemaakt. Net zoals veel VW Kevers uit die tijd werd deze wagen in de fabriek van Vorst gebouwd.
En net zoals de Herbie van Ivo heeft de Mach 1 van Frederic al op de cover van verschillende automagazines gestaan. Een autootje met sterallures dus!

Tot slot leent de D'Ieteren Gallery ons hun 'Kever van de Afrikaanse circuits', waarvan Jacques ons de geschiedenis uit de doeken doet. In 1950 vertrokken vier vrienden, onder wie Pierre D'Ieteren en Jacques Swaters, in dit Kevertje om de 'Raid Volkswagen Brussel-Congo en terug' af te leggen: een tocht van 24.036 km in vier maanden tijd. De tentoongestelde wagen is een waarheidsgetrouwe replica: hij is zandkleurig om beter in het woestijnlandschap op te gaan, aan weerszijden zijn aluminium zandladders bevestigd, hij is uitgerust met een schop en twee jerrycans (met benzine en drinkwater) aan de zijkanten van de carrosserie ...

Twee maanden lang ontdek je bij Autoworld al deze en nog veel meer verhalen en anekdotes over de Kever. Sommige zijn romantisch, andere grappig ... en ze zijn allemaal even boeiend!


Voorbije events in Autoworld



Valentijn vieren met de
Love Bugs Parade

zondag 13 februari - Autoworld Brussels

Als hoogtepunt van februari staat de langverwachte Love Bugs Parade op het

programma. Een dag voor Valentijnsdag verwelkomt deze charmante parade iedereen die verliefd is op de schattige Kevers.

Ook bij deze dertiende editie staat de liefde centraal! Meer dan 200 Kevers, Beetles en Combi's pronken op zondag 13 februari vanaf 10 uur op de Esplanade van het Jubelpark, voor de deuren van Autoworld. Er zijn modellen van alle leeftijden, tijdperken en ... in alle kleuren.

Om 14 uur klinkt het startschot! Op dat moment vertrekt de Love Bugs Parade in een vrolijke chaos van toeters en vreugdekreten. Na een rondrit van ongeveer een uur komen de auto's terug naar Autoworld, waar bezoekers ze opnieuw kunnen bewonderen.
 
Dit supergezellige feest is al dertien jaar een traditie voor ons museum. Het is telkens een dag vol vrijheid, muziek en gezelligheid – allemaal in het teken van dit iconische autootje. Van 11 tot 14 uur zijn alle bezoekers van harte welkom om tussen de auto's te kuieren en mee te genieten van de vrolijke vintage sfeer voor het museum.

SUPERCAR STORY 

EXHIBITION AT AUTOWORLD
 17.12.2021 - 23.01.2022


Noteer alvast de data van onze grote eindejaarstentoonstelling met als thema 'Supercar Story' van 17 december tot 23 januari.
Meer dan veertig uitzonderlijke auto's, de ene nog buitengewoner dan de andere, illustreren een hoofdstuk uit een van de grote periodes in de autogeschiedenis. Die van de Supercars, samengebracht in een unieke en gescripte ruimte in het hart van ons museum.
Alle tentoongestelde Supercars hebben geschiedenis geschreven vanaf de naoorlogse jaren tot 2015. Met andere woorden, geen van hen kan nu nieuw worden gekocht via de merken die ze verdelen. De geïnteresseerde koper zal ze alleen vinden via gespecialiseerde veilingen of particuliere verzamelaars die er afstand van willen doen.
De tentoongestelde Supercars zijn grotendeels afkomstig uit internationale musea en privécollecties. Sommige zijn nog nooit eerder tentoongesteld.

Dit alles maakt deze tentoonstelling absoluut uniek!
Een vroeg kerstcadeau van Autoworld aan zijn publiek.
Kan je niet wachten tot december om ze te ontdekken? Breng ons een bezoekje op Interclassics op 19, 20 en 21 november. Daar kunnen we u alvast reeds twee mooie exemplaren voorstellen.
www.autoworld.be

 

MEER DAN 40 UITZONDERLIJKE AUTO'S
ZETTEN DE TRADITIE VAN UITZONDERLIJKE EINDEJAARSTENTOONSTELLINGEN VAN AUTOWORLD VERDER

Dit eindejaar zal de feestverlichting niet enkel in de steden en in de kerstbomen schitteren ! Ook de ogen van menig autoliefhebber zullen ongetwijfeld schitteren. Meer dan veertig uitzonderlijke auto’s zullen een bijzonder hoofdstuk uit de rijke autogeschiedenis illustreren: dat van de Supercars. Zij vormen het thema van een unieke tentoonstelling in één van de belangrijkste Europese automusea, Autoworld.


Alle tentoongestelde Supercars zijn iconen uit de naoorlogse periode, tot 2015. Geen modellen die nog in de merkenhandel zijn te vinden, maar exemplaren die intussen verzamelobjecten zijn geworden en die men enkel nog kan vinden op veilingen of bij gespecialiseerde handelaars. De exemplaren die zullen worden tentoongesteld zijn grotendeels afkomstig uit internationale musea en privéverzamelingen. En aantal werden overigens nog nooit eerder tentoongesteld.
 
Stof genoeg voor een unieke tentoonstelling!
Een leuk kerstcadeau aan het publiek van Autoworld.

MAAR WAT IS NU EEN SUPERCAR ?

De meningen hierover lopen wel wat uiteen, want voor de liefhebbers dekt de term « Supercar » niet steeds dezelfde lading, het is eerder een mix van verschillende factoren zoals exclusiviteit, het beperkte productieaantal, de prijs, de zeldzaamheid, de topsnelheid… De Oxford English Dictionnary omschrijft het als « een sportwagen met buitengewone prestaties », maar wie op bezoek komt zal zien dat het veel meer is dan dat.
De term « Supercar », dook heel sporadisch al eens op in de jaren ’20, maar eigenlijk duikt hij pas echt voorzichtig op in het midden van de jaren ’50, met de marktintroductie van sportwagens met voor die tijd uitzonderlijke prestaties, zoals de Mercedes 300SL (1954) of  de Chevrolet Corvette C1 (1953) in de USA.

Het begrip krijgt navolging in de jaren ’60 met o.a. de Ford GT 40, die er kwam nadat de overnamedeal tussen Ford en Ferrari afsprong, of met de voorstelling van de Lamborghini Miura met centraal geplaatste V12, iets wat eerder enkel was gereserveerd voor echte racewagens. Allebei toonden ze ontegensprekelijk aan dat topprestaties best konden samengaan met topdesign.
In het begin van de jaren ’70 kwam de oliecrisis roet in het eten strooien. Maar toch wisten de Supercars te overleven en zich verder te ontwikkelen. In de nasleep hiervan verschenen de eerste auto’s met turbomotor, waaronder de Porsche 911 Turbo. Een niet alledaagse auto met geheel eigen oplossingen en buitengewone prestaties. Een model waarmee Porsche zich voor eens en altijd ging nestelen tussen de bouwers van Supercars, en daar ook vandaag nog steeds schittert.
Een van de meest opvallende Supercars uit deze periode is de Lamborghini Countach. Alweer een auto met centraal geplaatste motor maar met een zeer opvallend design, dat zich duidelijk onderscheidde van de rest. Zijn V12 was afgeleid van die van de Miura, maar was nu in de lengterichting ingebouwd. De Countach blijft ook vandaag een buitenbeentje in de wereld van de Supercars, met een trouwe schare volgelingen de wereld over.

DE PORSCHE 959 EN DE FERRARI F40
WEGBEREIDERS VOOR DE VOLGENDE GENERATIES...

Vanaf de jaren ‘80, begint de Nürburgring een belangrijke rol te spelen. Er worden records gebroken zoals door de legendariche RUF CTR « Yellowbird » en er ontstaat een legendarische rivaliteit tussen Porsche met zijn 959 en Ferrari met de F40. Deze twee modellen hadden een enorme invloed en baanden de weg voor een nieuwe generatie  Supercars.
De Ferrari F40, en niet enkel meer de Porsche 959, waren de voorbeelden die gevolgd moesten worden.
In het begin van de jaren ‘90, bewees de Honda NSX dat een Supercar ook betrouwbaar en aangepast kon zijn aan dagelijks gebruik.
 
Tegenwoordig heeft men het ook over Hypercars. Hun ontwikkeling werd ingezet door het weer tot leven gewekte merk Bugatti, met de legendarische EB110. In de jaren ’90 verschenen ook een hele reeks prachtige en soms revolutionare supercars. Modellen die er uit springen voor die periode zijn van diverse pluimage, zoals de Ferrari F50, de Porsche GT1, de McLaren F1, de Jaguar XJ220, de Lotus Esprit V8, de Mercedes-Benz CLK GTR of de Lamborghini Diablo.

DE SUPERCARS IN AUTOWORLD
Van het veertigtal auto’s dat zal worden tentoongesteld tijdens de eindejaarstentoonstelling, zijn er een aantal afkomstig van de belangrijkste partners van deze tentoonstelling. Ze zullen ook enkele van hun actuele modellen tentoonstellen in speciaal daartoe voorziende ruimtes. We komen hier verder op terug.
 
Lamborghini Miura
Toen Ferruccio Lamborghini onder eigen vlag begon te varen, droomde hij van comfortabele GT’s die zo goed in elkaar staken dat je er eindeloos mee onder­weg wilde zijn. Geen supersportwagens dus. Tot de pientere ingenieur Gianpaolo Dallara achter Ferruccio’s rug een revolutionair chassis ontwierp met een spectaculaire V12 achterin. Nadat die technische basis in ’65 op het salon van Turijn werd getoond, waren de reacties zo laaiend dat Lamborghini wel door moést gaan met het project. Het jaar nadien had Bertone zo’n fraai koetswerk klaar dat de auto bij leven al legendarisch was. Het was de snelste sportwagen van zijn tijdperk en de eerste Lamborghini die naar een bekend stierenras werd genoemd.
 
LaFerrari
Wat ooit startte met de F40 en dan verder ging via de F50 en Enzo, cumuleerde uiteindelijk in de onwezenlijke LaFerrari, een auto die zo hard in iedere vezel uitstraalt wat Ferrari echt betekent dat men hem de ultieme, ietwat tenenkrullende naam LaFerrari meegaf. Net zoals de Porsche 918 en de McLaren P1 heeft de LaFerrari hybridetechnologie onder de leden: samen leveren de V12 en de elek­tromotor hier 963 pk. Tot spijt van voormalig hofleverancier Pininfarina is dit namelijk de eerste Ferrari die helemaal in eigen huis werd ontworpen. In goede Ferrari-traditie bouwt men er altijd eentje minder dan men denkt te kunnen verkopen. 499 stuks in dit geval, die aan één miljoen euro per stuk letterlijk de deur uitvlogen. Sterker: slechts zeer trouwe klanten konden hem ‘krijgen’.
 
Porsche 959
Van bij zijn creatie was de 959 een revolutionaire auto, één brok technologie en aangedreven door een kleine biturbo zescilinder (minder dan 3,0 liter) met vier kleppen per cilinder en een vermogen van 450 pk. De ontwikkeling van de Porsche 959 duurde lang en hij werd pas in 1987 geleverd. Hij werd toen voorgesteld als het toonbeeld van de fantastische
knowhow van de firma. In de competitie werd hij alleen in de Paris-Dakar ingezet – en met succes. De 959 was het uitgangspunt voor de ontwikkeling van de 4x4-versie van de 911.
 
McLaren P1
Samen met Williams, Lotus en Cooper was McLaren één van de vele “garagisten”, zoals Enzo Ferrari de Engelse raceteams graag denigrerend wegzette. Vaak waren dat inderdaad behoorlijk amateuristische teams die in een morsig atelier aan koersauto’s sleutelden en zo tot in de Formule 1 sukkelden. McLaren stak er echter altijd ver bovenuit dankzij de charismatische, zwaar onderkoelde CEO Ron Dennis. Nadat zijn team in de jaren ’80 de Formule 1 compleet domineerde, wilde hij nog een stapje hoger door de ultieme sportwagen voor de openbare weg te bouwen. Dat werd de  F1 met BMW V12, drie zitplaatsen én een centraal stuurwiel, allemaal ontwikkeld door topingenieur Gordon Murray en getekend door Peter Stevens. Het was in de jaren ’90 met voorsprong het snelste dat voor geld – ontzettend veel geld – te koop was. Toch sloegen de 107 kopers de slag van hun leven, want vandaag is zo’n F1 al snel enkele tientallen miljoenen waard. Rowan – mister Bean – Atkinson is een van de gelukkigen.

Bugatti Veyron

In 2000 wordt het prototype Bugatti Veyron, getekend door Hartmut Warkuss en zijn designteam, onthuld op de salons van Detroit, Genève en Parijs. Hij draagt de naam van een van de grootste vooroorlogse piloten, die in 1939 samen met Jean-Pierre Wimille de laatste overwinning voor Bugatti behaalde in de 24 Uren van Le Mans. Na vijf jaar ontwikkeling gaat in Molsheim de productie van de Veyron van start in het gloednieuwe « Atelier », op een steenworp van het Château Saint Jean.
Deze sportwagen is de snelste ter wereld toegelaten op de openbare weg. Ieder jaar rollen zo'n 80 exemplaren van de Veyron 16.4, gebouwd met respect voor de traditie van het merk - kunst, vorm en techniek - van de band bij de hoofdzetel van Bugatti, waar de meeste kopers hun wagen meteen ook in ontvangst komen nemen... zoals in de tijd van Ettore.
 
Maar dat is zeker niet alles. De bezoeker zal tussen de overige modellen zeker een aantal vaste waarden ontdekken, waaronder een Mercedes 300SL Gullwing, een Aston Martin One77, een BMW M1, een Ford GT40, een Jaguar XJ220, een Lexus LFA, een Honda NSX, om er maar enkele te noemen.
TWEE OPEN "BLACK BOXES"

Deze tentoonstelling wordt mogelijk gemaakt dank zij de steun van twee belangrijke partners : de D’Ieteren Group (Porsche, Bugatti, Lamborghini, Bentley) en de Ginion Group (Ferrari, McLaren, Rolls-Royce). Ze hebben elk een eigen afgebakende ruimte (een « Black box »), waar ze enkele van hun actuele Supercars zullen tonen, het aanbod zal in de loop van de tentoonstelling wisselen. Deze “Black Boxes” zijn ook toegankelijk voor de bezoekers van de tentoonstelling, die er de actuele Super- en Hypercars van de 7 vertegenwoordigde merken live zullen kunnen ontdekken.

Autoworld Museum Brussels
Jubelpark 11, 1000 Brussel
Metro Merode
www.autoworld.be

EEN EEUW GILLET
AUTOWORLD STELT 80 MOTOREN VAN
GILLET TENTOON
30.10.2021 - 07.11.2021

Tegelijk met de tentoonstelling ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van het Circuit van Spa-Francorchamps, wordt er in Autoworld nog een andere eeuweling in de bloemetjes gezet: het motormerk Gillet.
Gedurende een tiental dagen zullen er niet minder dan 80 motoren van het Luikse merk worden tentoongesteld. Dank zij de hulp van talrijke liefhebbers (*), zullen praktisch alle modellen vertegenwoordigd zijn, daaronder ook enkele uitzonderlijke machines. Daarnaast zullen ook 5 fietsen, 15 motoren, diverse vitrines, historische documenten en affiches de tentoonstelling vervolledigen.

Gillet, dat in 1919 het levenslicht zag na afloop van de Eerste Wereldoorlog, is de derde van de 'Demoiselles de Herstal' (de andere twee zijn FN en Saroléa, zoals genoegzaam bekend). De onderneming werd opgericht door boekhouder Léon Gillet, die al heel vroeg gefascineerd was door de nieuwe en boeiende wereld van motoren, en door ontwerper Fernand Laguesse.

De sportieve successen lieten niet lang op zich wachten: in 1921 behaalde Gillet de zege in de 350 cc-klasse van de eerste Grote Prijs van België en won het merk Parijs-Nice, Circuit des Vosges en andere regelmatigheidswedstrijden. Gillet ondernam ook enkele epische rally-raids: Parijs-Constantinopel in 1924, Parijs-Moskou-Parijs (en de Ronde van de Sovjet-Unie) in 1925, en als kers op de taart de World Tour door Sexé en Andrieu in 1926-1927 en Luik-Elisabethville-Luik door luitenant-vliegenier Fabry in 1927.

Ook wonnen de Gillet-motoren definitief de Bol d'Or-beker in 1936, omdat ze als eerste tot driemaal toe het algemene klassement op hun naam schreven: in 1928, 1929 en 1936 (boven op de zeges in de afzonderlijke klassen)!

In de naoorlogse periode verdwenen snelheidswedstrijden in België naar de achtergrond door de groeiende belangstelling voor motorcross. Ook daar schitterde Gillet door in 1946 en 1948 het Belgische kampioenschap te winnen.
Om de betrouwbaarheid van zijn producten te bewijzen, nam het merk steeds vaker deel aan regelmatigheidswedstrijden, met tal van gouden medailles als resultaat. De meest indrukwekkende zege was ongetwijfeld die van Kempeneers in Luik-Milaan-Luik in 1953.

Van 30 oktober t/m 7 november 2021

AUTOWORLD BRUSSELS
www.autoworld.be


Fotoreportages

Saroléa Motorcycles, a Belgian Story @ Autoworld Brussels 2022

(c) Polleke

Saroléa Motorcycles, a Belgian Story @ Autoworld Brussels 2022

(c) Johan Hauben

Alfa Romeo Storico @ Autoworld Brussels 2022

(c) Polleke

Alfa Romeo Storico @ Autoworld Brussels 2022

(c) Johan Hauben

Alfa Romeo Storico @ Autoworld Brussels 2022

(c) Vicent Arpons

one,two, three, four Rock 'n Roll @ Autoworld Brussels 2022

(c) Vicent Arpons

Supercar Story @ Autoworld Brussels 2021-22

(c) Polleke

Supercar Story @ Autoworld Brussels 2021-22

(c) Vincent Arpons

Supercar Story @ Autoworld Brussels 2021-22

(c) Johan Hauben

Fotoreportages
100 years Gillet @ Autoworld Brussels

(c) Polleke

Circuit de Spa Francorchamps 100 years
@ Autoworld Brussels

(c) Polleke

Circuit de Spa Francorchamps 100 years @ Autoworld Brussels

(c) Johan Hauben

Autoworld Brussels 2022

(c) Johan Hauben

Volg ons ook op social media

CCDA Classics
ICONS Classic Cars
CDDA Kalender
ICONS Classic Cars
ICONS Classic Cars
ICONS Super Cars